Ken je deze 5 opmerkelijke feiten rond bedrijfsmobiliteit al?

Reizen voor het werk. Bijna iedereen doet het. Dagelijks aansluiten in de file of wachten op de trein. Gaat dat nog ooit veranderen? Ontdek het antwoord op deze en andere wetenswaardigheden in dit artikel dat MT publiceert ism NS. Dit artikel is onderdeel van een serie over bedrijfsmobiliteit.

Wist je dat:

#1. het einde van de auto van de zaak in zicht lijkt?

De traditionele leaseauto is op zijn retour. Vooral de functiegebonden leaseauto heeft en krijgt het slecht. Jongeren hechten minder waarde aan een auto en kiezen liever voor andere vormen van vervoer. Daardoor zal de vraag naar leaseauto’s steeds verder afnemen.

Functie-auto’s worden nog vooral aan seniors gegeven omdat ze nu eenmaal in hun arbeidsvoorwaardenpakket zitten. 80 procent van deze leaseauto’s staat het merendeel van de tijd stil. Ze worden namelijk hoofdzakelijk voor woon-werkverkeer gebruikt.

Het lijkt appeltje-eitje om deze enorme kostenpost aan te pakken, maar dat is het zeker niet. Liefst 80 procent van de berijders van dit type leaseauto gaf in een onderzoek van Athlon te kennen dat ze overwegen op te stappen als hun leaseauto zou verdwijnen.

Kortom, het einde van de auto van de zaak lijkt dus in zicht, maar voorlopig zal de leaseauto nog niet helemaal uit het bedrijfsterreinenbeeld verdwijnen.

#2. het nieuwe reizen de toekomst heeft?

Meer dan de helft van de werkende Nederlanders woont buiten de werklocatie en moet dus forenzen. 53 procent van het woon-werkverkeer komt met de auto of motor. De rest komt met het openbaar vervoer (22%), de (brom)fiets (21%) of lopend (3%).

Momenteel heeft 3 procent van hen een mobiliteitskaart, waarmee je op elk moment kunt kiezen hoe je zakelijk wilt reizen. Een voorbeeld van zo’n kaart is de NS-Business Card. Daarmee kan de medewerker zelf bepalen of de trein, auto of fiets het meest geschikte vervoersmiddel is.

Zo’n mobiliteitskaart levert werknemers keuzevrijheid op, doordat ze alle middelen kunnen gebruiken met één kaart. Niet alleen het openbaar vervoer, maar ook de deelauto en OV-fiets die nodig zijn om op de eindbestemming te komen. Via handige apps zien ze per reis welke modaliteit het snelst, goedkoopst en milieuvriendelijkst is. Zo kunnen ze elke dag opnieuw kiezen welke reis het meest geschikt is voor die dag.

Een speeltje? Welnee. Bedrijven die zo’n kaart aan hun reizende medewerkers geven, zien dat liefst 30 procent van hen de auto liet staan en een ander vervoersmiddel koos.

#3. duurzaam reizen werkt?

We gaan steeds bewuster rijden en reizen en dat is goed voor ons en onze gezondheid. Het autoverkeer neemt slechts 20 procent van de landelijke CO2-uitstoot voor zijn rekening, maar krijgt zoveel aandacht omdat er snelle veranderingen (technisch en mentaal) te verwezenlijken zijn.

Dat is bijvoorbeeld te zien aan de groei van elektrische auto’s. Er rijden er nu zo’n 115.000 rond, waarvan er pakweg 17.000 volledig elektrisch zijn. De overheid wil in 2035 alleen nog maar nieuwe elektrische auto’s verkopen.

Het aantal merken en (goedkopere) modellen van FEV’s (Full Electric Vehicles) groeit razendsnel. Dat heeft alles te maken met het wegnemen van range-anxiety, de angst om onderweg zonder stroom te komen staan. Accu’s herbergen nu 30 procent meer stroom dan enkele jaren geleden. Ook het aantal laadpunten van ondertussen 30.000 (en een jaarlijkse groei van zo’n 10 procent) speelt hier een positieve rol.

De trein blijft echter veruit de schoonste vorm van vervoer: sinds de NS-treinen op groene (wind)stroom rijden, is het reizen per elektrische trein volledig energieneutraal. Dat geldt uiteraard niet voor de dieselelektrische boemels.

#4. er voor flexwerken nog een wereld te winnen is?

Een belangrijke oplossing voor het spitsprobleem is flexwerken. Door de eerste paar uur vanuit huis te werken of op locatie halverwege af te spreken, voorkom je dat werknemers onnodig lang in de file staan of in het drukke openbare vervoer moeten staan.

Het goede nieuws voor dit idee is dat driekwart van de werkende Nederlanders zegt zijn werkzaamheden online te kunnen verrichten. Voor hen is het dus onnodig dagelijks (in de spits) op en neer te reizen naar kantoor. Toch zegt slechts 20 procent ook daadwerkelijk flexibel te zijn of haar eigen werkplek te kunnen kiezen.

Daar is dus nog veel winst te boeken. Zeker als je bedenkt dat medewerkers die op de grote steden forenzen per jaar zo’n 5.000 euro aan loonkosten verspelen. In tijd gerekend staan ze namelijk twee volle werkweken in de file of heeft hun openbaar vervoer vertraging. Hoog tijd dus om de opties voor flexwerken ook bij jou op kantoor aan te kaarten.

#5. prestige locaties niet meer binnen handbereik liggen?

Dit doet misschien even pijn, maar wie zich nu nog per sé in een van de vier grote steden wil vestigen, moet zich goed achter de oren krabben. De binnensteden krijgen het de komende tien jaar vol voor de kiezen omdat de groei van de bevolking voor 75 procent in de steden van 100.000 inwoners of meer zal plaatsvinden.

Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag hebben in 2030 liefst 15 procent meer inwoners. Die willen allemaal betaalbaar wonen, parkeren en leven. Maar ook aan de randen van de grote steden wordt de druk enorm hoog en is er nu al een ernstig tekort aan parkeerplaatsen en groeiruimte.

Wie zijn bedrijf beslist in de grote stad wil hebben, zal zich ergens rond de stations moeten vestigen. Anders ligt de toekomst toch echt buiten de randstad: daar is ruimte, redelijk frisse lucht en betaalbaar wonen voor blije werkers die op de fiets naar het werk kunnen komen.

Dit artikel is onderdeel van het dossier ‘Zakelijk Reizen’ op mt.nl. Dit dossier wordt mede mogelijk gemaakt door NS.

Lees ook: